#40 Things Only 80s Kids Will Understand

 #40 Things Only 80s Kids Will Understand

Voordat de kreukelzone zuchtend ineenkromp,
de bestuurdersairbag met de woede van een blazendekat volschoot,
de gordel haar sleutelbeen ontwrichtte,
en haar vriendin headfirst door de voorruit werd gelanceerd,
kortstondig de grond aantikte, omhoogschoot als een marionet
aan trektouwtjes, een arabier en enkele achterwaartse salto’s
door de lucht beschreef, om ten slotte het lauwe asfalt
te bedekken met de restanten van haar onderkaak,
een margarinekrul die met één haal van het mes
een lange reep brood beboterde, gevolgd
door de rest van haar lichaamsgewicht
dat topzwaar het kippenbotje van haar nek verbrijzelde
en als een blik gepelde tomaten uitlekte op de invoegstrook
– voordat alles – besefte Madelief zich plotseling en slechts twee dingen:

1) een tweede autoriem was geen overbodige luxe;
2) er waren betere plekken om te luisteren
naar het Golden Eightiesweekend van Radio 2
en in zwoele faraopose mee te deinen
op Walk Like an Egyptian van The Bangles

Het gaat om dit liedje.

Tachtig gram brood

Tachtig gram brood

Hij heeft verlatingsangst, maar is zelden alleen.
In de weken ligt zijn vriendin naast hem,
een zorgzaam type, dat stiekem snurkt
en donkere, willekeurige monologen voert.
Een vriend is slechts een onverlichte gang verwijderd,
of, als de nood aan de man is,
een vingerroffel, een sussende klop
op de muur die hun hoogslapers scheidt.
De wanden zijn hier dun.

In de weekenden voederen zijn ouders hem bij,
als een van hun nest jonge katten.
De dikste kan zich ternauwernood
door het luik wringen, maar is desalniettemin
het eerste bij zijn maaltijd. Troelstra is zijn naam:
niet om zijn vraatzucht, maar zijn kleur.
Ook hij kan rebelleren, maar schurkt zich uiteindelijk
tegen de scherven aan.

In de vergeten dagen zitten we met drie man in een Mercedes.
Er vallen gemakkelijke stiltes, we knikken elkaar bevestigend,
rechtstreeks of via de binnenspiegel.
Soms brandt er een rood lampje, waarvan we de betekenis niet kennen.
We stoppen, schoppen peinzend tegen de banden, en rijden door
tot we thuiskomen.


Dit is Troelstra.

I ate his liver with soms fava beans

I ate his liver with some fava beans

Jules meet de tijd in frames en scènes
en ontwaakt met het klappen van de take.
Hij loopt hard op de beat van Rocky,
doucht met de soundtrack van Skyrim en neuriet
een aria tijdens het koken van de pasta.
Wanneer zijn moeder belt, galmt luid
de Star Wars-dodenmars door de kamer.
Hij kocht een witte kat om op gezette tijden
traag zijn bureaustoel om te draaien en
diabolisch te kakelen. Dat de asielkat
begon te blazen in plaats van spinnen
wanneer je hem over zijn rug streek,
deed wat aan het effect af.

Zijn droom is het filmisch rook in de camera
te blazen in een wrokkige monoloog
van Quentin Tarantino, zijn stoerheid
gebald in een whiskystem en krachtige taal.
Hij wil ondertitelingen aan hem gewijd.
Ooit mag hij een Oscar winnen: hoe hij
gelaten fruit door zijn vingers laat glijden,
tijdens het geraas van de blender strak
uit het raam staart naar een geschiedenis
achter de einder en alles in zijn glas
louter eenkleurige smurrie wordt.

Hij fotografeert de modder op zijn gympen,
sporen van braak of een plaats delict.
Hij vindt horror in ieder bos, liefde
in elk verloren wegrestaurant, affiniteit
onder welke stadsbrug of viaduct dan ook.
Toen ik hem vroeger ooit vroeg of hij
de meeuwen benijdde, zei hij ja:
niet om hun vrijheid,
maar het drama van hun groothoeklens.


Met dit gedicht won ik de Nijmeegse Literatuurprijs van 2016. Het gedicht verscheen in de Gelderlander. Er ontbreekt chianti.

Zie die holbewoners hollen dan!

Zie die holbewoners hollen dan!

We dreggen fietsen uit grachten op
en zien daarin misdrijf, moordcomplot,
begrijpen inkt als permanente belofte,
lezen diepte in een duikplank, groei
in takken, maandag wasdag, zondag
uitslapen. Als een hond die kwijlt
bij een slag op een bel, doorzien wij
het een in het ander. We kunnen relaties
leggen (maar niet altijd onderhouden).

Onder Curiosity snelt reliëf voorbij,
kraaienpoten en moedervlekken die we ver
thuis in schoolboeken onder onze vingers
laten glijden. Voor hem is het enkel
hellingshoek, aanpassing van het middenrif
om niet te wankelen, een interval om
een sluiter te instrueren, opnames
te maken, te zenden, door te gaan.
Of, om nog minder romantisch te zijn,
een reeks van protocollen, daaronder
assemblage, binaire combinaties, stroom.

Water: wat wij wellicht als leven
kunnen zien, blijft bij hem
enkel parameter om elders te gaan.

Jaarlijks laat Curiosity de robot
een microfoon uit zijn metalen lijf dalen
op een verlaten vlakte op Mars.
Enkel erkend door een minuut stilte
van een korps technici thuis galmt ‘lang
zal hij leven’ door de woestijn.


Met dit gedicht won ik de Nijmeegse Literatuurprijs van 2016. Het gedicht verscheen in de Gelderlander. Het gaat over dit robotje en het is een hommage aan dit liedje.